Van hitte tot armoede: Curaçao onderzoekt wat het al weet

· - leestijd 3 minuten
Makambi is een van de vissers die protesteert
Makambi is een van de vissers die protesteert

WILLEMSTAD - Curaçao weet vaak precies wat er misgaat, maar blijft opvallend goed in het onderzoeken van problemen die allang bekend zijn. Van hitte en klimaatverandering tot toerisme, armoede en de goksector: rapporten, commissies en beleidsplannen zijn er genoeg. In deze bijdrage vraagt Makambi zich af waarom uitvoering zo vaak achterblijft bij kennis.


Door | Edwin ‘Makambi’ Flameling

‘Onderzoek naar effecten van hitte op sterfte.’ Pontificaal in de krant. Voorpagina. Grote letters. Meteo en GMN gaan samenwerken aan onderzoek naar de invloed van hitte op sterfte op Curaçao. Duhh…

Je hoeft er nauwelijks voor te studeren. Een simpele zoekopdracht op internet levert onmiddellijk wetenschappelijke onderzoeken zoals het Nederlandse Nationaal Hitteplan en evaluaties over de relatie tussen temperatuur en sterfte op.

De conclusie is bepaald geen cliffhanger: hitte verhoogt het risico op sterfte, onder meer door hart- en vaatziekten, luchtwegproblemen en nierziekten. Ook in Latijns-Amerikaanse steden zijn die effecten aantoonbaar. Maar wij gaan het onderzoeken. Want kennelijk is wetenschappelijke kennis pas geldig nadat zij op Curaçao opnieuw is ontdekt.

Beproefde methode

Waarom eigenlijk? De uitkomst is toch al bekend? Dat is een lastige vraag. Overheden hebben namelijk een beproefde methode om problemen niet op te lossen: richt een commissie, werkgroep of taskforce op. Laat die vergaderen, inventariseren, analyseren en een rapport schrijven. Vervolgens wordt het rapport bestudeerd.

Daarna volgt een beleidsreactie. En als alles meezit, komt er uiteindelijk een nieuwe commissie die onderzoekt waarom de aanbevelingen van de vorige commissie niet zijn uitgevoerd. Probleem opgelost. Of beter: probleem geparkeerd.

Uitvoerig beschreven

Neem klimaatverandering. Daarover weten we inmiddels meer dan genoeg. De gevolgen zijn uitvoerig beschreven in wetenschappelijke literatuur en onderzoeken, onder meer met betrekking tot Bonaire. En Curaçao heeft inmiddels zelfs een eigen klimaateffectatlas waarin de risico’s keurig zijn vastgelegd.

Er wordt gewerkt aan een Nationale Adaptatiestrategie. Kustbescherming, duurzame bouw, water, energie en educatie: allemaal prachtige woorden. Maar de hamvraag – wat gaan we daadwerkelijk doen en wanneer? – blijft opvallend stil. Dat geeft niet. We hebben immers nog tot 2030. Oftewel: nog drie jaar om doelen te halen waarvoor we eigenlijk gisteren al hadden moeten beginnen.

Ook ons toerisme groeit als kool. Een draagkrachtstudie heeft inmiddels keurig beschreven wat iedereen met een beetje gezond verstand ook kan zien: groei heeft grenzen en Curaçao kan niet onbeperkt meer toeristen ontvangen zonder gevolgen voor infrastructuur, natuur en leefbaarheid.

Nu is het dus tijd om keuzes te maken. Maar keuzes maken is bestuurlijk riskant. Veel veiliger is het om een rapport te laten verdwijnen en vooral niets te besluiten. Dan blijft iedereen tevreden.

Over de offshore gokindustrie kunnen we kort zijn. Daar gaat enorm veel geld in om, terwijl de maatschappelijke opbrengst voor Curaçao bepaald niet evenredig lijkt. Transparantie en integriteit worden enthousiast gepredikt, maar wie probeert te achterhalen wat er precies gebeurt, ontdekt al snel dat transparantie blijkbaar vooral betekent dat je mag weten dat er transparantie is. Ook hier: reguleren, evalueren, overleggen. Vooral niet te snel iets veranderen.

En dan hebben we nog de zeventien Sustainable Development Goals (SDG’s). Deadline: 2030. Curaçao heeft uiteraard een Nationale SDG-Commissie. Ingesteld bij Landsbesluit. Met een officiële taak. Begeleiden. Coördineren. Duurzame ontwikkeling realiseren. Klinkt uitstekend. Alleen zie je er in de praktijk zo weinig van dat je bijna zou denken dat duurzame ontwikkeling inmiddels zelf een duurzame commissie is geworden.

En dan armoede. Een derde van de bevolking. De Ombudsman constateerde jaren geleden al dat de problemen bekend zijn. Zijn aanbevelingen van tien jaar geleden zijn nog steeds actueel.

De Raad van Advies schreef er in zijn jaarverslag 2025 over. In de tussentijd hebben we rapporten geschreven, conferenties gehouden, symposia georganiseerd en uitvoerig gesproken. Alleen dat ene onderdeel blijft moeilijk: iets doen.

Dodelijke hitte

Concluderend is het probleem dus niet dat Curaçao te weinig weet. We weten juist ontzettend veel. We weten dat hitte dodelijk kan zijn. We weten wat klimaatverandering betekent. We weten dat toerisme grenzen kent. We weten dat de gokindustrie vragen oproept. We weten dat armoede bestaat. En we weten dat bureaucratie ons verlamt. Daarover bestaan rapporten, studies, beleidsnota’s, actieplannen en voortgangsrapportages.

Zelfs het terugdringen van red tape is onderdeel van de voortgangsrapportage inzake het Landspakket. Daarin staat dat de implementatie ‘gestaag vordert’. Ambtelijke vertaling: er gebeurt nog steeds niets, maar we willen dat graag positief formuleren.

Dus laten we vooral doorgaan zoals we bezig zijn. Een nieuw probleem? Onderzoeken. Een bekend probleem? Nogmaals onderzoeken. Een probleem waarvoor al oplossingen bestaan? Een werkgroep instellen. Misschien moet er zelfs een Nationale Commissie Onderzoek Onderzoeken komen. Met een mooie website, een logo en natuurlijk een eindrapport. Dat rapport leggen we vervolgens in een la. Naast alle andere rapporten. En daarmee hebben we eindelijk één ding bereikt: Curaçao is uitstekend geïnformeerd over alles wat het niet doet.


357 keer gelezen

Deel dit artikel: